Opgeladen fiets ik een paar dagen later weer verder vanuit Tuzla richting Sarajevo. Al snel ben ik de stad uit en in het dorpje Suha kom ik een meneer op een krakkemikkige fiets tegen bij een waterkraantje. Hij nodigt me uit voor koffie met taart ten ere van zijn verjaardag 🙂 Bajro en Alma’s kleindochter Lejla helpt met vertalen en zo krijg ik uitgebreid route-advies.
Zo beland ik in Banovici, en aldaar neem ik een brutaal kijkje op het station waar treinwagonnen worden volgeladen met de pas gedolven kolen. Overal ligt hier een dikke laag stof die omgeving en inwoners niet ten goede komt…


Bij de koffiestop wordt ik aangesproken door de café-eigenaar, die ook graag fietst. Hij biedt me aan om in het café te overnachten, ik ben welkom! Alhoewel het nog niet zo laat is, en ik van plan was verder te gaan, ga ik er toch op in. Het is deze nachten behoorlijk koud met temperaturen rond het vriespunt, dus ik grijp een dak boven mijn hoofd met beide handen aan. Damir, zo heet de verwelkomer, verwijst me naar zijn fast food tentje voor een burger en geeft me limonade volgens eigen supergezonde recept. ‘s Avonds mag ik mee naar zijn sportclub om er te douchen. Dat levert een grappige situatie op: als alle mannen zijn omgekleed en de zaal in verdwijnen voor een potje voetbal, krijg ik de sleutel van de kleedkamer om er te douchen. In het café krijg ik een bedje van stoelkussens op de vloer. Damir haalt nog een nacht-sandwich en we ruimen op. Ik had het me niet gerealiseerd, maar cafés zijn natuurlijk lang open… dus mijn slaap wordt beperkt van 2 uur s nachts tot 6 uur ‘s ochtends… en natuurlijk verslaap ik me en schrik wakker als een café-medewerker op de deur tikt 😅 Het slaaptekort wordt gecompenseerd door koffie met gezelschap 🙂
Na Banovici begint een lange klim langs wegen begeleidt door riviertjes. Het uitzicht is genieten, en er zijn nog maar een paar huizen hier en daar te zien waar ik af en toe om water vraag.


Op een kruising staat een auto op me te wachten met een jonge man die me een blik energy-drink toestopt, hij had me eerder zien fietsen. In hakkelend Bosnisch praten we wat en hij raadt af om de route te nemen die ik in gedachten had. Er is geen asfalt, enkel macadam in slechte staat, en het is heel steil. Maar toch neem ik de afslag, het alternatief is namelijk de drukke hoofdweg. Hij krijgt wel gelijk, het is meteen bikkelen op het grindpad. Bovendien staat er aan het begin een mooi bord over welke dieren hier zitten, onder andere beren… ik neem me voor vanavond een kampeerplek in de buurt van de beschaving te zoeken!
Na een tijdje is het te steil in te fietsen en ik loop een hele tijd met de fiets aan de hand te duwen. Als er een dorp zich aandient besluit ik niet verder te gaan maar te vragen naar een vlak stukje gras. De overkapping van het buurthuis van Ivančevo wordt me aangeboden, en hier kook ik en laad ik op. Als ik wat energie voel terugkomen raak ik in gesprek met wat mensen die me meteen uitnodigen in het huis, er is namelijk eten over van het feest gisteren en er zijn veel mensen. Ik beland weer met mijn neus in de boter, krijg nog een bord bonensoep (grah). Normaal gesproken wonen in dit dorp maar twintig mensen, maar twee keer per jaar verzamelen zich hier de families die hier voor de oorlog woonden, en ze nemen hun kinderen mee om hen ook een verbinding met de plek te laten krijgen. Het buurthuis is de laatste dagen opgeknapt met tweedehands materiaal uit Duitsland en er zijn nog volop plannen om het uit te breiden. Het wordt een gezellige avond, de mannen kaarten en de vrouwen zingen liedjes:) Ik mag blijven slapen bij Kata en Aloys, die me met open armen ontvangen en, heel praktisch, Nederlands spreken:) Zo mag ik even meegenieten van het dorpsleven hier.


De dagen erna kan ik de opgebouwde hoogte-energie inlossen voor snelheid bergafwaarts. De weg gaat langs kleine dorpjes met verlaten ijzermijnen en een nieuw geopende zilvermijn door een Australisch bedrijf. Ik maak nog een wildkampeertussenstop langs de rivier om daarna via de grote stoffige wegen Sarajevo in te fietsen.


