Pas na 13 uur slaap worden we weer wakker. Dat was nodig! De regen is niet gekomen, de zon stoomt ons zelfs de tent uit. We rommelen wat ontbijt in elkaar tot we plots toch druppels voelen en snel alles in de fietstassen proppen. In vol regen-ornaat trotseren we de bui en een heuvel later is de hemel weer strakblauw. Met deze wisselvalligheid houden we zowel de regenjas als de zonnebrandcrème gereed.
Zoevend langs haarspeldbochten gaat het naar beneden, met weids uitzicht over een paar stenen huisjes uitgestrooid over een ruige verlaten vallei. De blijdschap stroomt dat wij hier nu fietsen!


Het landschap hier is uitgestrekt en kaal. Tussen de rotsen groeien olijf, vijg, steeneik, salie en boomheide. Een typisch vegetatietype in het droge mediterrane gebied, dat ook wel garrigue of maquis wordt genoemd.
Het tweede ontbijt nuttigen we in een bushokje. We peddelen door tot šibenik, dat we vanaf de berg beneden zien liggen. De uitdaging om het centrum te vinden zonder op de kaart te kijken draait uit op fietsen en fietstassen tillen over steile trappetjes… en dan is daar de beloofde koffie en zelfs, omdat de supermarkten vandaag dicht blijken, zwarte risotto. De heetwatervoorraad wordt weer aangevuld, zodat we later op een koud moment ons kunnen warmen aan thee, noodles of havermout.


Met hernieuwde energie fietsen we de stad uit over keiige paadjes en met gele hesjes aan trotseren we een drukke weg over een enorm hoge brug naar het schiereiland. Het uitzicht aan de andere zijde is echt prachtig en wordt om de haverklap op foto gezet. In alle rust, want met volle maag, keuren we geschikte wildkampeerplekjes. Dat zijn er niet veel aan deze weg, met aan de ene kant een rotsige helling en aan de andere kant een steile klif die diepte in. Net voor de avond valt vinden we een stuk verder de perfecte plaats aan een rotsig paadje, tussen moestuinen en olijfboomgaarden, in een uitgestrekt overwoekerd veld met gele, paarse en witte bloemen.


Na weer een lange nacht begint de fietsdag pas rond 11. De route leidt ons verder het binnenland door, eerst slingerend door een droge vallei met vooral lage dennen en stekelige jeneverbes-struiken, later juist door een moerassige vallei met loofbos en boomgaarden in bloei. We drinken koffie in een dorp, en kletsen met de barjongen die vertelt over de waterleiding die hier net wordt aangelegd.
In de vervallen industriestad Benkovac presenteert zich in de trappen van een sportveld een uitstekende diner-locatie, en we maken een voedzaam maaltje met (alweer) noodels, linzen, paprika en yoghurt met koekjes toe. De kou trekt snel op en met een aantal lagen kleren extra fietsen we de ruigte weer in. We kiezen een onverhard paadje uit, maar nog voor we de tent hebben afgeladen horen we motorgeronk. Er komt een boer aangereden met zijn schuwe hond erachteraan. Als bijrijder heeft de man een baal hooi. Slapen kan hier niet, zegt hij, maar wel 300 m verderop. Daar vinden we echter alleen een verstild dorp, dus we zoeken verder. Achter een kerkje ligt een rotsige heuvel met hoge dennen die uitkijkt over de vlakte. Daar laten we een kudde schapen passeren en blijven even staan luisteren tot we ons hier alleen en op ons gemak voelen. Het is altijd even wennen, geluiden van blaffende honden, een laag overvliegende helikopter, en zijn dat nou stemmen? Uiteindelijk blijft alleen de wind ruisen en komt de slaap.


De volgende ochtend is fris en er is regen aangekondigd. Daarom staat de wekker vroeg en pakken we de boel snel in. Het ontbijt volgt een paar kilometer later in een kaal bushokje uit de wind. Daar zitten we op de grond als een stelletje verkleumde clochards crackers en ajvar te eten en werken we op de lachspieren van voorbijgangers.

36 km verder over gebrekkig asfalt en onder dreigende luchten rollen we Sukošan in, een havenplaatsje rond een baaitje met een niet erg indrukwekkend fort (drie ruïneuze muurtjes). Campings zijn er in overvloed, maar open campings zijn er schaars. Na een paar pogingen vinden we er toch een waar voor ons een uitzondering wordt gemaakt. Een vrouw wijst ons in het Duits een plekje met een afdak waar we kunnen schuilen. De rest van de dag brengen we ontspannen door in een café waar het blauw staat van de rook. We eten goed, in een leeg restaurant waar we zelf nog wat dansjes wagen, getrakteerd door Marieke (:
